Hoofdtekst
Ik heb dat nog gehad, de mare. Je meugt dat hier vragen aan onze Agnes. Je hoort dat lijk afkomen onder je bedde. Je doet geweldig lelijk, je morelt (tiert), maar je kunt niet. Als Agnes dat hoorde ontwekte ze mij en dat was gedaan. Ik heb een keer naar de paters te biechte gegaan en ik heb dat gezeid en ik heb dat nooit meer gehad. Maar de jongens hebben mij nog horen roepen en ze zeien: "Papa heeft were toch zo lelijk gedaan”! Ze zeien dat je moste je kloefen onder ’t bedde zetten, maar ik weet niet meer hoe.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Wie door de maar werd bereden, begon te roepen en tieren, maar kon niets doen.
Een man die vaak door de maar werd bereden, raakte van de kwelling verlost nadat hij bij de paters was gaan biechten. Om zichzelf tegen de maar te beschermen, kon men ook zijn klompen onder het bed zetten.
Een man die vaak door de maar werd bereden, raakte van de kwelling verlost nadat hij bij de paters was gaan biechten. Om zichzelf tegen de maar te beschermen, kon men ook zijn klompen onder het bed zetten.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
34
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
