Hoofdtekst
Verdommes Peer uit Bergen heet er grijs haar van gekregen. Als 't donker wier, kon Peer gene voet buiten huis zetten of de weerwolf zat hem op zijn vessen en die sleepte zware kettingen. Peer moet vroeger eens ne mens aardig aan zijn end geholpen hebben, zonder dat er hin of haan over kraaide. 's Avonds stak ie altijd een palmtakske in zijnen broekzak en nen afgesleten stalduim. Tegen wijwater kan de weerwolf nie tegen en ook zijn wolfzijn verloor ie als ge hem met een ijzer op zijne voorkop kondt raken. Heel wat stalduimen en stukken hoefijzers heeft Peer zo in den donkere verloren moeten smijten.Alleen voor zware vergrijpen trad de weerwolf op. Gewoonlijk werkte ie de wraak van nen overledene uit en daarom hingen ze het liever niet aan 't klokkezeel als ze van hem gekweld werden.
Beschrijving
Een man uit Bergen, die ooit iemand zou hebben gedood, werd in het donker altijd belaagd door een weerwolf die kettingen bij zich droeg. De man nam altijd een palmtakje en een afgesleten 'stalduim' (?) mee. De weerwolf kon ook niet tegen wijwater. Hij werd weer mens als men hem met een stuk ijzer op het voorkant van zijn kop kon raken. De weerwolf trad alleen op om zware vergrijpen te wreken. Daarom vertelden mensen het meestal niet als ze door de weerwolf waren belaagd.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
1.6 Weerwolven
antwerps ('land van turnhout')
310
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
Plaats van Handelen
Bergen   
