Hoofdtekst
De die die werewulf moesten lopen waren gasten die ulder ziele verkocht hadden aan den duivel. En in ’t begin van den Advent moesten ze allemale op ’n plekke samenkomen om ulder vel te gaan halen.En ‘k heb nog ‘ne keer horen vertellen van één, dat hij dat ‘ne keer gezien heeft. Der was daar lijk ‘ne president en dat was hem die die vellen uitdeelde: hij riep de namen af en op ’t zelfste moment zaten ze in ’t vel, en ze waren weg! En achter den Advent moesten ze dat vel were op dezelfste plekke aan den president were geven tot den volgenden keer.
Beschrijving
Mensen die hun ziel hadden verkocht aan de duivel, moesten als weerwolf rondlopen. Bij het begin van de Advent moesten ze op een bepaalde plaats bijeenkomen om hun vel te gaan halen. Na de Adventsperiode moest men dat vel naar dezelfde plaats terugbrengen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (tussen schelde en leie)
539
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Advent   
Naam Locatie in Tekst
Heestert   
