Hoofdtekst
A: Ja, ja. Zie je’t, maar deed hij één d’eruit, hij deed één d’erin wê van de streek. Ja, ja, er was één d’erin gedaan d’ervan!Weet je wat ze veel deden overtijd? Naar de paters gaan. Voor te hebben dat je schuldig was, zie je’t. ’t Was niet om d’eruit gedaan te zijn, of om d’erin te zijn, om te hebben hetgeen dat je schuldig was. Om ’t nummer te hebben dat je schuldig was. Maar ‘k ben ook geweest. En we hadden een koord met knopen en een medaille. We moesten dat aanhouden. Ik ben d’eruit geweest maar er zijn er nog die geweest zijn, die d’erin geweest zijn. Camiel Vannote die je gekend hebt, Camiel was ook geweest. Ik had ’t gezeid en Camiel was d’erin. En ja,maar ja, hij kon né, ’t was niet om d’eruit te zijn, ’t was om te hebben hetgeen dat je schuldig was dat we gingen…X: Een koord?A: Ja een medaille en een witte koord om gen kwaad gedaan te zijn… van tovenaars né.X: Een witte koord?A: Ja.X: Met knopen aan zeg je?A: Ja, met knopen.X: En moest je dat rond je doen toen?A: Ja, je moest dat rond, aan je, op je bloot lijf doen en een medaille en een schapulier. En ’t kon toen niemand iets aan je doen. Zie je’t, tovenaars dat ze wilden zeggen né.
Beschrijving
Vroeger gingen de mensen vóór de loting van het leger vaak naar de paters. Op die manier wilde men te weten komen of men een goed of een slecht lot zou trekken. Een jongen uit Beselare die een koord met knopen en een medaille rond zijn hals droeg, moest niet naar het leger.
Als men een schapulier op zijn bloot lichaam droeg, was men beschermd tegen tovenaars.
Als men een schapulier op zijn bloot lichaam droeg, was men beschermd tegen tovenaars.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
west-vlaams (ieper)
7
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
