Hoofdtekst
Variante. In Nazareth was er een wijvekc, Lietje Pijpaert en zij had alzo een aardig handje dat ze altijd onder hare voorschoot stak en de mensen zeiden dat het met dat hand was dat zij toverde. O, er waren er vele schui van en dan anderen diervcn daarmee lachen en zeiden : “Als gij wat meer kunt dan andere, ewel ge moogt mij nen bulte toveren,” maar zij en deed dat toch niet.
Beschrijving
Een vrouw uit Nazareth hield haar hand altijd onder haar schort. De mensen geloofden dat de vrouw met die hand kon toveren. Sommige mensen lachten met die vrouw en zeiden: "Je mag mij een bochel toveren", maar de vrouw deed dat toch niet.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
325
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ouwegem   
Plaats van Handelen
Nazareth   
