Hoofdtekst
Betje Ko was een heks. En een heks moet kwaad doen. Als ze geen andere kinderen kan beheksen dan moet ze haar hand aan haar eigen familie en aan haar bloedeigen kinderen slaan. En als ze aan geen mens kunnen, dan breken ze het hart van een grasspier. Betje Ko had haar zoon behekst en zijn voeten stonden gedraaid aan zijn lijf en zo is hij gebleven tot als hij gestorven is 'over' een jaar of twee bij de oude mannen te St.-Truiden.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Betje K. was een heks, zo vertelde men. Wanneer een heks geen andere kinderen kon beheksen, moest ze de hand aan haar eigen familie en zelfs aan haar bloedeigen kinderen slaan. Wanneer ze geen mensen kon beheksen, dan brak ze het hart van een grasspriet. Betje K. had haar eigen zoon behekst: zijn voeten stonden gedraaid aan zijn benen. Aan die afwijking heeft men nooit iets kunnen doen.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
fabulaat
De zoon van Betje K. is omstreeks 1945 overleden in een bejaardentehuis in Sint-Truiden.
Naam Overig in Tekst
Betje K.   
Naam Locatie in Tekst
Kerkom   
Plaats van Handelen
Sint-Truiden   
