Hoofdtekst
En Mances vadre kwam nog ne schoondren toer tegen. Hij was ook azo ne keer op de bane, van de staminee komen hé. En te middent in de bossen stond er ne schone café. En hij springt binnen en ot (als) hij da ziet pakt hij daar een kalek (verkeerd) gedacht en hij draait hem omme, hangt zijn veste aan ne schone kapstok, maakt zijn kruise en de café was weg. En hij keekt omhoge en zijn veste hangdige in een sperre (spar).
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Voeger zag men in de grachten vaak lichtjes met een dik kopje. Men vertelde dat het de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
118
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ketsingen   
