Hoofdtekst
6 En heel dat ritueel rond dat, rond het dopen van een schip, dat was een hele gebeurtenis, zo.I Jaja.6 ‘k Heb dat nu nog meegemaakt, je weet misschien, mijn vrouw is meter en ik ben peter van de Blankenbergse Schuit, van dat bootje.I Ah ja, ja.6 ‘k Heb heel dat doopritueel zo heel goed kunnen meemaken. Da’s heel op zijn ouderwets geweest, da’s raar. Dat wordt, bij de tewaterlating wordt een fles tegen de voorsteven kapotgegooid, kapotgeslagen.I Ja.6 Mijn vrouw heeft dat gedaan, hij was van de eerste keer kapot. Maar daar hebben ze of hadden ze heel veel schrik voor, dat die fles niet zou breken.I Ja?6 Ja.I Ook dat er ongeluk zou zijn of zoiets.6 Ja, en daarom, die fles, vroeger, als ze die, als ze aan dat koordje, dus dat werd aan de voorsteven vastgemaakt en de meter moet die fles tegen de voorsteven gooien. Er was daar een stuk ijzer, er werd een stuk ijzer aan de voorsteven vastgemaakt ...I Jaja.6 ... waar die fles juist moest tegenkomen. En veiligheidshalve werd die fles een beetje ingekrast.I Ah ja.6 Met eh, ... Zo was hij al een beetje zwakker weg zo, om zeker te zijn dat hij ging kapotslaan.I Jaja.6 En dan, vooraan, in de voorsteven, en in de achtersteven, stuurboord en bakboord, werden er vier gaten geboord in de reling, en in die gaten wordt er een stuk paaskaars, paasnagels, noemt men dat, gestopt. Dus, vooraan, achteraan, stuurboord en bakboord, en dan wordt er een tap [= een stop] in geslagen. En vanaf [= wanneer] ze klaargemaakt zijn, wordt er een tap in geslagen en de meter moet dat doen, de peter moet dat doen, dan gewoonlijk de eigenaar en de pastoor zo.I Ja.6 En dat moet daar perfect ingeslagen worden en dat mag niet mislukken. Dat is iets. Enne, ze boren dus gaten en da’s gelijk de was van een kaars, dus gewijde was die daarin gestopt wordt, die tap komt daarop, je moet daarop slaan en dan moet je met [= in] één keer wat nog daaruit zit van die tap eraf slaan, en dan is het gelukt.I Ah ja.6 En als dat niet lukt, zo, dat is, dat brengt rampspoed.I Ja.6 En dan heeft dat schip voor de ..., wacht, ‘k heb nog geweten, iemand die een schip liet dopen en dat was precies niet, die tap was niet goed afgeslagen of iets, en die mens was ongerust geweest en was ‘s nachts terug naar de pastoor geweest, om te zeggen: "Kijk, ‘k heb een schip dat niet goed gedoopt is en allemaal." (lacht) Dat was uit schrik waarschijnlijk, moest er iets gebeuren.I Jaja.
Beschrijving
Een schip dat werd gedoopt, had een peter en een meter. Wanneer de meter een fles tegen de voorsteven moest stukgooien, was men altijd erg bang dat de fles niet zou breken. Daarom werd er een stuk ijzer aan de voorsteven bevestigd en werd in de fles vooraf wat gekrast, zodat het glas makkelijker zou breken. In de reling bij de voor- en de achtsteven en de linker- en rechterflank van het schip werden vier gaten geboord, waarin men paasnagels stak.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (blankenberge)
6I
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
