Hoofdtekst
Van een die in een steenbakkerij wrocht in Frankrijk. Je was in ’t ofkommen en je zei tegen zien moaten: “We goan ne keer een deel van oes geld verdrinken in die café”. Nen paster die doa passeerde hoeorde dadde en begoste te lezen dat ne zwitte. Den dezen had nog geen tied om omme te kieken, zoeo zere gienk ne noar hus.
Beschrijving
Een man die terugkwam van zijn werk in een steenbakkerij in Frankrijk, sprak tot zijn vrienden: "Kom, we gaan ons geld uitgeven in dat café!" Een pater had gehoord wat de man had gezegd en begon te bidden tot hij bezweet was. De man die op café wilde gaan, werd door een vreemde kracht gedwongen naar huis te gaan.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
west-vlaams (tielt en izegem)
406
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingelmunster   
Plaats van Handelen
Frankrijk   
