Hoofdtekst
Ze zeggen dat ‘k ik nog betoverd geweest ben.‘k Koste ‘k ik al ’n paar maanden lopen, en ommeddekeer, ‘k koste niet meer lopen! En ze gingen achter ‘ne paster om mij te belezen.En, te binst dat de paster bezig was met mij te belezen, viel den boek uit zijn hand en hij lag brokke verscheen (= kapot) op de grond, en al de blaren waren los en vielen eruit. En de paster raapte hem were op en ’t was daar nieten meer aan, hij was were geheel vermaakt, en ge koste niets meer zien! En tegen dat de paster were voort was, koste ‘k ik were lopen!Ja, ‘k wasse ‘k ik betoverd.
Beschrijving
Een meisje dat betoverd was, kon niet meer lopen. De ouders van het kind gingen te rade bij een pastoor, die het meisje kwam overlezen. Toen de pastoor het meisje aan het overlezen was, viel zijn gebedenboek plots op de grond. Het boek was zo erg beschadigd dat het niet meer kon gebruikt worden. Na het vertrek van de pastoor, kon het meisje weer lopen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
515
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vichte   
