Hoofdtekst
Mien grootmoeder vertelde altied dat wei (toen) vader e jaar of zes-zeven woer, dow (toen) had er e kelderkoet vol stenen gestoken bij de Beinel. En dat woer bij een heks. En dow woer ze kwaad en vaders kop stond 't achterste voor. M'n grootmoeder woer zo kwaad dat ze no die vrouw goeng en ze hadden d'een d'ander verweten dat horen en zien verging. 'Alste me kind niet tegoei maaks, dan houw (sla) ich dech de kop af', zei mam en te lange leste zei de heks: 'Gank maar, de kind is tegooi' (uw kind is weer goed). En dow woer zene kop weer normaal.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongetje had de kelder van een heks vol stenen gegooid. Daarna had de heks het hoofd van de jongen achterstevoren gezet. Toen de moeder van het jongetje dat zag, liep ze woedend naar de heks en riep: "Als je mijn kind niet opnieuw normaal maakt, dan sla ik je hoofd eraf!" Het volgende ogenblik stond het hoofd van de jongen weer recht.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
309
Kindertijd van de vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gellik   
