Hoofdtekst
En ’t spooktige in een kasteel hiere. Een spookkasteel en dat er niemand in woondige en dat het daar alle nachten spooktige. En d’er was ne schrijvre en hij zei: "’k Zal ne keer ne nacht in ’t kasteel blijven en ‘k zal mijnen bureau meedoen." En hij zettige hem daar te schrijven. Ewel ’t wierd tiene van de nacht, elve van de nacht en hij was nog niemand geware geworden, ’t was nog niemand gekomen. Ot (als het) alzo omtrent den twaalven van de nacht ware hij hoordige geruchte en de deuren gingen open en En van de kamer waar dat hij zat de deure ging open en de ketens sloegen achter de grond. En da kwam binnen bij hem en da spook zettige hem nevens hem hé. Hij zegt: "’k Benne ‘k ik een ziele uit ’t vagevuur… " En hij vraagdige voor een messe te doen voor hem, hij ging ermee verlost zijn.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een schrijver besloot de nacht door te brengen in een onbewoond spookkasteel. Toen de schrijver in het kasteel aan zijn bureau zat, hoorde hij om middernacht de deur opengaan. Er kwam een spook binnen, dat naast de schrijver ging zitten en zei: "Ik ben een ziel uit het vagevuur". Het spook vroeg om een mis te laten doen; dan zou het verlost zijn.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
211
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
