Hoofdtekst
we zatte thâs; en dô kam altêd nen â mins zene bouterham opete; en ze noemden hem: "’t keesmeske"; en da was zoe nen tuevereer; en we ginge waffels bakke; en vuir da ’t keesmeske ötging, schudden hem z’n pêp öt in ’t vur; en de stouf ging zoe goed; mo we konde gien waffels bakke; en ’s anderendôgs hetzelfde; en dan ginge we ze bakke mê de gebur; en dô ging het goed; en bê oos thâs hebbe we noeut gien waffels nemie kunne bakke.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Bij een gezin uit Kerkom kwam altijd een tovenaar zijn boterham opeten. Die man werd ' 't keesmeske' genoemd. Op een dag wilden de mensen wafels bakken. Vooraleer de tovenaar vertrok, schudde hij zijn pijp uit in het vuur. Sinds dat ogenblik hebben die mensen nooit meer wafels kunnen bakken omdat het vuur niet meer goed brandde.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (sint-truiden)
535
memoraat
Naam Overig in Tekst
keesmeske ('t)   
't keesmeske   
Naam Locatie in Tekst
Kerkom   
Plaats van Handelen
Kerkom   
