Hoofdtekst
Enen van Idegem ging te vrijen naar Sint-Maria-Oudenhove en omdat dat zo ver was had hij zijne kameraad mee gedaan om ’s avonds mee naar huis te komen. En als ze ’s nachts weerkwamen moesten ze aan een bosselken passeren; en al mee ne keer kwamp er uit dat bosselken schoon muziek, en verlicht. “Dat moet ik ne keer zien”, zei den enen tegen den anderen. Ze gaan zien; en z’en waren daar nog niet g’heel, den enen werd een viole in zijn hannen gedongen (geduwd) en stond te spelen; en den anderen, die kreeg een orgelken in zijn hannen en die stond te draaien. In ’t begin hadden ze daar veel plezier in, maar dat bleef duren en ze werden dat moei. En op den duur ook op toverij peizen hé, omdat ze niet en zagen. Ze maaktegen dan een kruisken en op de slag was alles weg, zei hij. “Ik stond daar op nen ouwe kloef (klomp) te vijlen, en mijne kameraad stond aan en kater zijne kodden te draaien.”
Onderwerp
SINSAG 0503 - Die gestörte Hexenversammlung (Tanz, Mahlzeit).
  
Beschrijving
Een man uit Idegem ging op bezoek bij zijn vriendin in Sint-Maria-Oudenhove. Toen de man ’s avonds samen met een vriend naar huis wandelde, hoorde hij bij een bosje mooie muziek. Het bosje was bovendien verlicht. Wanneer de twee mannen dichterbij kwamen, kreeg de ene een viool en de andere een draaiorgel in de handen gedrukt. Aanvankelijk hadden de mannen veel plezier, maar uiteindelijk werden ze moe en maakten een kruisteken om de toverij te laten ophouden. De ene man had een klomp in zijn handen en en de andere draaide aan de staart van een kater.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
261
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Idegem   
Plaats van Handelen
Sint-Maria-Oudenhove   
Idegem   
