Hoofdtekst
Dat was me kledden van ’t hof hier neves en ze gingen mee tweeên mest breiden, en de knecht had ook de naam dat hij iet kost en mee ene keer zegt hij tegen den boer: “Ik de mijnen en elk de zijnen” en aan iederen hoop stond ne man!
Beschrijving
Op een boerderij werkte een knecht die soms als kledde rondliep. Wanneer die knecht het veld moest bemesten, zie hij: “Ik de mijne en elk de zijne”. Daarna stond bij ieder mesthoopje een man.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
709
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ophasselt   
