Hoofdtekst
Thuis inne gebure was een meske en da was hard ziek want die was besmet vanne hond. En die was al lang ziek. En do was één die kost geen boter bijeenkrijge, da kwamp veuts van da meske.En dieje mens gink no Tongel ma hij durfde nie alleen gaan. Ma ik was ne verveerde kerel en ‘k zeg: ‘k zal ik wel eens meegaan. Ze zegde do tege mij past maaar op da ze u beheksen. Ma ik zei "’k hem ommes geen heksenbloed". Ik no de abdij en dieje mens ma dibbere en rere. Ik no de pater en dieje vroeg " is da veur U". ‘k Zeg "nieje da’s veur mijne kameraad hie. Ik zijn meegekome veur ’t woord te doen". Toen hemme ze ne broeder gehaald wo hij moest mee meegaan. En terwijl da welle do ware was de vra aan ’t botere. En de pater zei "go nu ma no huis, uw vra zal wel boter hemme as ge thuis zij". As we thuis ware zei de vra "zeg, grote, de boter is bijeen zanne, zie ’s wa ne grote klomp". Want de pater had die heks overgenome.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Vorst woonde een meisje dat ernstig ziek was geworden nadat ze in aanraking was gekomen met een hond. Door de ziekte van het meisje kon een man uit de buurt geen boter meer maken. De man ging samen met een vriend naar de abdij van Tongerlo. Toen de mannen het probleem aan een pater hadden uitgelegd, sprak de geestelijke: "Ga nu maar naar huis. Wanneer je thuiskomt, zal je zien dat je vrouw erin geslaagd is boter te maken". Zo was het ook; de pater had de macht van de heksen geneutraliseerd.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
369
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vorst   
Plaats van Handelen
Tongerlo   
Vorst   
