Hoofdtekst
Als ge iets niet normaals ziet, ge moet het gerust laten, ge moogt daar nooit op stampen. Een voerman vertelde eens dat hij laat op de baan was. Nen eind ver in de kouter ziet hij een wit spook. Zijn paarden hadden geen rust. Hij gaat er naartoe. Het was een spook zonder kop noch staart dat altijd erging (bewoog). Hij stampte er op. Van den moment dat hij daar op stampte stond hij in een vuur. Rond hem waren het allemaal vlammen. “Als ge iets op de baan ziet”, zei dien boer, “ge moet het met rust laten.”
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man wandelde op een avond met zijn zwart hondje naar huis. Het hondje kroop altijd tussen de benen van de man omdat het bang was. Wat verderop zag de man in het midden van de straat een laken. Hij is die nacht niet meer thuis geraakt.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
73
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schorisse   
