Hoofdtekst
X: Wel, heb je er gekend die in de bende van Pollet waren?20: Gekend die erin waren?X: Ja.20: Nee.X: En eh, wat deden ze, de bende van Pollet, wat deden ze? 20: Rondgaan van het één naar het ander, het is te zeggen, in de éne plaats stelen, in de andere moorden.X: Moorden hebben ze ook gedaan?20: Ja ja, moorden ook. In Krombeke, ze hebben daar een moord gedaan op twee mensen, twee oude mensen.X: Ja?20: Ja. Eh… ja (onverstaanbaar). Maar eh, het was zeker in het jaar zes (1906), ze zijn ook bij ons geweest hoor.X: Bij jullie?20: Ja.X: Om te pakken?20: Ja.X: Ja?20: Het was … het was op een … eh, ’t was op een … Sint-Jan-Ter-Biezen, Sint-Jan-Ter-Biezen, je kent Sint-Jan-Ter –Biezen (parochie die uitsluitend op kerkelijk gebied een bestaanseenheid vormt, ligt deels op grondgebied Watou, deels op grondgebied Poperinge)? Het is nog Poperinge hoor, het is dat niet, Sint-Jan-Ter-Biezen? Ik …eh was nog een jongen, ik was zeker nog maar tien jaar oud denk ik, ik weet het niet juist. Ik en mijn vader, ik moest thuisblijven van school om te helpen werken in de suikerbieten. En toen het vier uur was, ’s namiddags, zouden we eens naar huis komen, misschien om te eten, het was dan nogal vlug donker, in oktober, het was in oktober, in oktober denk ik, de negentiende oktober. Eh… wij waren gewaar dat er iets niet in orde was.X: Ja.20: Zo, mijn vader had (onverstaanbaar) en ik was een eindje verder gegaan. Maar dat zijn allemaal maar huisjes hé, met kamervensters van een meter hoog moet je zeggen, en een halve meter breed die zo helemaal open en toe konden. En dat kamervenstertje van mijn vaders kamer was opengebroken.X: Ja.20: Ja. (onverstaanbaar) en naar binnen gekropen. En aan de achterkant was dat ook zo. En hij had het ook open… opengezet, gereed opengezet zie je, er was geen achterdeur in ons huis. Het was dan alleen in geval van nood, als er … om naar buiten… rap buiten te frutten (vluchten), zie je. En inderdaad, het ging zo. Ik zag eh… dat er iemand bezig was in dat kamertje daar, ik zag goed zijn stokje, zijn (onverstaanbaar) hangen. (onverstaanbaar) en hij wierp het allemaal op de grond, hé, en hij doorzocht het allemaal hé. Maar hij heeft later nog tegen mijn vader gezegd: "Jij had meer geld." En mijn vader zei: "Heb je nog niet genoeg kunnen stelen? Je hebt al mijn vrouw haar goudwerk mee en je had nog meer dan tachtig frank mee, en had er nog één en ander op tafel gelegen, je had het ook nog mee."X: Zei hij dat toen?20: Het was achteraf hoor, dat hij dat zei.X: Ah ja ja ja.20: Ja. Verder… mijn vader riep iets, en er was daar een boerenkarton, ik weet niet of je weet wat dat is, een boerenkarton? Boerenpaarden, een paardenkarton, gow, de paarden waren bezig met eten halen voor de koebeesten, tussenkoren, tussenkoren (maïs). En hij (onverstaanbaar) en weggelopen, zie je. En wij konden… hij was weg en wij wisten het niet. En hij heeft de toer gedaan om het hof, om de haag, en dan naar het bos (Helleketelbos) en hij is op weg gegaan naar het bos, door het bos en dan naar Poperinge gekomen. En wij hebben hem niet gezien. En (onverstaanbaar) allemaal vlot met … opengesmeten, al hetgeen binnen was.X: Ja.20: Ja. Het is dat dat hij zei: "Jij had meer geld." En zij waren dat doorgegeven, hij was dat doorgegeven geworden door een staminee van Parets voor het station. Als je iets leverde, koebeesten, of zwijntjes of een kalf, zij (de cafébazin) wist wie dat was en zij vertelde dat voort aan de bende. En ze wisten dan dat er geld was hé, en ze gingen er dan naartoe, de smeerlappen. "Het zou slechter geweest zijn," zei hij, "was ik gekomen…" Hij was niet van plan om te komen die dag. Hij was lijk verdwaald, zie je, en hij komt daar uit en hij denkt eraan om de weg te vragen. Nu, in plaats van de weg te vragen, de deur was gesloten hé, hij brak nondedju in. Ja. En zegt hij: "Je hebt nog geluk," zegt hij, "was ik ’s nachts gekomen, het zou nog slechter geweest zijn."X: Ja, hij zei het nog.20: Hij ging… ja, op het tribunaal hé. En het is zo dat mijn vader met hem heeft kunnen praten hé. "Jij godverdomse schooier," zei hij, "je besteelt daar een weduwnaar met vijf kinderen hé, waarvan de oudste nog maar negen of tien jaar oud is." "Jamaar," zei hij, "ik weet dat niet, ik was dat doorverteld en ik weet dat niet hoor. Je moet gaan reklameren bij die van Parets."X: Ha, het was nog een rare.20: Het was een rare, het was zeker een rare. En ze zijn dan gepakt geworden, maar… hoe dat allemaal gegaan is… dat is allemaal aardig (raar, eigenaardig) gegaan. Hij is gepakt geworden aan de grens en hij was al gebonden. En hoe dat gegaan is, hij geraakte over de grens. Dat was in die tijd zo, als ze over de grens waren, ze konden er niet meer aan. En de politie stond daar toen. "Ja," zeiden ze, "dat gaat zo wel. Onze handboeien." "Smijt jullie sleutel over," zei hij, "ik ga ze teruggeven."X: Ja (gelacht).20: Ja ja ja. (onverstaanbaar). En hij is dan toch gepakt geworden op Frankrijk. En als hij niet gepakt geweest was op Frankrijk, hij zou misschien niet onthoofd geworden zijn.X: Ah, hij is onthoofd geworden.20: En lijk Lapar, Canut Vromant, die was niet gepakt op Frankrijk en hij had meer moorden op zijn geweten dan eh… evenveel als Pollet.X: Wie, Vromant?20: Nee, Lapar, ja, dat was Canut Vromant, zijn echte naam. (verkeerde identificatie van de informant: Lapar = Camille Guyard)X: Ja?20: Ik denk dat het zo was hoor. Hij heeft hier nog lang in Poperinge gewoond later.X: Ah ja.20: Ja.X: Ah ja, hij is gepakt geworden op België.20: Ja, op Belgische grondgebied en ze voerden hier de doodstraf niet uit hé, toen, en in Frankrijk wel. Pollet is onthoofd geworden.X: Ja. Pollet alleen?20: Nee, ik ben het vergeten. Het best ken ik de naam Lapar hoor. En er was ook nog een (onverstaanbaar) die ook onthoofd geworden is, een zekere Deroo, die ook onthoofd geworden is… Ah, Abel Pollet, August Pollet, Deroo, Vromant.X: Die onthoofd geworden zijn.20: Die onthoofd geworden zijn, ja.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Pollet hield zich bezig met diefstal en moord. In Krombeke hebben de rover twee oude mensen vermoord.
Een tienjarige jongen uit Sint-Jan-ter-Biezen moest op een dag thuisblijven van school om te helpen met het werk aan de suikerbieten. Om vier uur 's middags kwamen de werklieden naar huis om iets te eten. Toen de jongen samen met zijn vader thuiskwam, stelde men vast dat de bende van Pollet in het huis was. Er was een raampje stukgeslagen en één van de rovers doorzocht het hele huis. Later heeft die rover tot de boer gesproken: "Jij had meer geld". Daarop antwoordde de boer: "Heb je nog niet genoeg gestolen? Je hebt al het goud van mijn vrouw meegenomen en nog meer dan tachtig frank!"
De rovers kenden iemand uit een café bij het station. De caféhoudster vertelde aan de rovers welke boeren koeien of varkens naar het station hadden gebracht en bijgevolg geld in huis hadden.
Toen die rover werd aangehouden, slaagde hij er nog net in om de grens over te steken, zodat men hem niets kon doen. In Frankrijk is hij een tijdje later wel opgepakt en onthoofd.
Lapar, een andere rover van de bende van Pollet, werd aangehouden op Belgisch grondgebied. Omdat men in België de doodstraf niet uitvoerde, moest Lapar naar de gevangenis. Nadat hij zijn straf had uitgezeten, heeft hij nog lange tijd in Poperinge gewoond. Pollet was de leider van de bende.
Een tienjarige jongen uit Sint-Jan-ter-Biezen moest op een dag thuisblijven van school om te helpen met het werk aan de suikerbieten. Om vier uur 's middags kwamen de werklieden naar huis om iets te eten. Toen de jongen samen met zijn vader thuiskwam, stelde men vast dat de bende van Pollet in het huis was. Er was een raampje stukgeslagen en één van de rovers doorzocht het hele huis. Later heeft die rover tot de boer gesproken: "Jij had meer geld". Daarop antwoordde de boer: "Heb je nog niet genoeg gestolen? Je hebt al het goud van mijn vrouw meegenomen en nog meer dan tachtig frank!"
De rovers kenden iemand uit een café bij het station. De caféhoudster vertelde aan de rovers welke boeren koeien of varkens naar het station hadden gebracht en bijgevolg geld in huis hadden.
Toen die rover werd aangehouden, slaagde hij er nog net in om de grens over te steken, zodat men hem niets kon doen. In Frankrijk is hij een tijdje later wel opgepakt en onthoofd.
Lapar, een andere rover van de bende van Pollet, werd aangehouden op Belgisch grondgebied. Omdat men in België de doodstraf niet uitvoerde, moest Lapar naar de gevangenis. Nadat hij zijn straf had uitgezeten, heeft hij nog lange tijd in Poperinge gewoond. Pollet was de leider van de bende.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (poperinge)
20A
19 oktober 1906
memoraat
Naam Overig in Tekst
Lapar
Pollet
Pollet
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Sint-Jan-ter-Biezen   
Poperinge   
Frankrijk   
Krombeke   
België   
