Hoofdtekst
Als mijn grootvader een mannetje was van tien jaar, dat was rond 1850, werkte hij als koeier op het kasteelhof waar de heer Van de Woestijne woonde. Dat is waar Andre Ghekiere woont. Op een dag, het was zo’n schoon weer. Er was geen wolkje aan de lucht. Zijn baas zei: "Kom mannetje, we gaan een wandeling maken in de Beukendreef." Er stonden daar dikke beukebomen. Als we nog geen 20 meter verder waren, begon het almeteens zo te waaien. De bomen gingen altijd tot tegen de grond. Hij zei: "Wat is dat nu?" "’t Is niets mannetje", zei mijn baas. "Het zal niet lang duren." Maar hij was zo benauwd, had hij moeten durven, hij kroop in zijn broekzakken. Maar na enige minuten was het weer zo stil. "Mijn baas kon meer dan pap eten", zo zei hij. Dat was geen toveres, maar wel een tovenaar.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een koewachter die op een kasteelhof werkte, maakte op een zonnige dag met zijn baas een wandeling in de Beukendreef. De twee waren nog maar twintig meter ver, of het begon hevig te waaien, hoewel er geen wolkje aan de lucht was en de zon mooi scheen. De koewachter werd doodsbang, maar zijn baas zei: "Dat is niet erg. Het zal niet lang duren". Die baas kon toveren.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
1
Omstreeks 1850
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beukendreef (Beselare)   
