Hoofdtekst
Er was hier een gestorven die geen goeie naam had. En gelijk dat de gewoonte is, gingen de geburen daar ook waken bij het lijk. En die hoorden en zagen daar van alles, daar liep een grote, zwarte hond en de katten kwamen daar janken. Opeens hoorden ze in de keuken een 'lawijt' of er een grote ketel water omgestoten werd en toen ze gingen kijken, zagen ze geen water. Die had zeker haar naam van heks verdiend. De tweede nacht was daar niemand meer om te waken, verstaat ge?
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een vrouw die altijd een slechte reputatie had gehad, was gestorven. Naar gewoonte gingen de buren bij het lijk waken. De buren zagen een grote zwarte hond en hoorden jankende katten. Opeens weerklonk er een lawaai alsof er in de keuken een kom water werd omgestoten. Toen ze gingen kijken, was er echter niets te zien. De volgende dag wilde niemand meer bij het lijk blijven waken. De gestorven vrouw moet een heks zijn geweest.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
zuid-limburgs
Wie sterft met iets op zijn geweten, komt spoken: variante 4
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kerniel   
