Hoofdtekst
Mijn moeder ging ne keer naar de viermesse in Roeselare. Z’had heur jongste kind mee. Ol mee ne keer ’t stond daar ’n vrouwmins voor heur up de route. "Ge zij gij wel tielijk up gang", zei ze, "de nachten zijn voor mij, maar de dagen voor jou." Ze ging voort. Mijn moeder ’n koste gene weg meer, en da kind begoste te schremen, en ’t schreemde toda ze were thuis waren.
Beschrijving
Een moeder ging met haar jongste kind naar de mis in Roeselare. Onderweg zag de moeder plots een vrouw vóór zich op de weg staan, die zei: "Jij bent wel laat op stap! De nachten zijn voor mij en de dagen voor jou". Daarna begon het kind van de moeder te huilen tot ze thuis waren.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
227
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dadizele   
Plaats van Handelen
Roeselare   
