Hoofdtekst
In 't dorp daar stond vroeger jaren zo ne grote pereboom. En de wichter die zouden daar eens gen (graag) aan de peren zitten, ja hoe zijn wichter (kinderen). Maar voor de pereboom zat e ketten, anders was er in den omtrek niks te zien. En zij poeken daar ne steen op en ze gooide mich 't ketten dat 't op een , twee, drie verdwenen was. En nu kunt gij mich geloven of nie maar op 't zelfde moment stond aan de andere kant van de boom e vrommes, e wijfke met nen doek om hare kop gebonden. Die wichter hun goesting was over dat kunt ge wel denken. Die moesten geen peren niemeer hebben.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
SINSAG 0594 - Verwandlung von Hexentier in Frau erspäht.
  
Beschrijving
Enkele kinderen die stiekem peren wilden gaan plukken, gooiden een steen naar een kat die bij de perenboom zat. Toen de kat verdwenen was, stond aan de andere kant van de boom plots een vrouw met een verband om haar hoofd.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
227
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
