Hoofdtekst
2: En nog een ander verhaal van tovenarij. Steenkapper Verhaeghe, hij woonde daar bij het kerkhof, weet je waar Coudijzers woonden?X: Nee.2: Je hebt het oud kerkhof hé, en als je gaat naar Reningelst, ’t laatste, je hebt daar een huis aan het einde van het kerkhof voor je aan dat klein straatje komt.X: Ik weet het niet, maar ga maar voort.2: Ja, wel, zij hielden daar café, hij was steenkapper hé, de enige steenkapper in Poperinge, hij was steenkapper en hij had veel werk, hij werkte met verscheidene knechten, maar ze hielden ook café en dat café heette ‘Oost-Vlaanderen’. En er was daar een jonkheid van rond de 30 die daar dikwijls op café ging. Maar er was daar een meisje in de omgeving, ook één van zijn leeftijd, die zot was op hem, maar hij wilde van haar niet weten. En zij zei – ze had dat verteld aan andere mensen – dat de bazin hem tegen haar opstookte, zie je, dat het daardoor kwam dat hij haar niet wilde hebben. En op een dag, ze zitten daar zo aan tafel, en er staat daar een commode, en dat was dan de mode; ze zetten zo de tassen op elkaar in piramide, 4 of 5 onderaan en dan altijd één minder, in piramide. En op een dag, ze zitten daar allemaal te kijken, ze hadden geen TV, geen elektriciteit of gas, en plotseling zien zij daar muizen lopen over die tassen, van de ene piramide naar de andere. En natuurlijk, de vrouwen allemaal naar buiten hé, en de vader, de steenkapper hé, de herbergier-steenkapper hé, hij heeft er verscheidene kunnen doodslaan. En dan, een tijdje later, ze gaan de lakens rekken, je weet, dat was vroeger de mode hé, en er was alleen plaats in het café en ze stonden in het café de lakens te rekken en plotseling valt er iets in dat laken. En ze kijken hé, het was een vlindermuis. En zij dachten aan – dat meisje had de naam van de Sterre, de bijnaam van de Sterre – en ze zeiden: "Dat is van de Sterre;" Nu, de baas, hij pakte de vlindermuis en hij nagelde hem vast buiten aan de poort, opdat ze het wel zou zien. En dan eens, een tijdje later, ze was bezig met breien, ook in het café, ja, ik zeg het hé, met een olielampje, dat was niet erg klaar. En haar kluwen wol valt op de grond, en ze wil die wol oprapen, en in plaats van die wol, ze had weer een vlindermuis vast. En er heeft dan eens op de slaapkamer ook, in hun bed, ze trokken het bed open en er lag een vlindermuis in. En zij staken dat op de Sterre, dat zij dat deed. Zie je, dat is al.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een steenhouwer verbleef samen met zijn dertigjarige zoon in een herberg. In het dorp woonde een meisje dat verliefd was op die zoon, maar de liefde was niet wederzijds. Het meisje verdacht de herbergierster ervan de jongen tegen haar te hebben opgestookt.
Toen men op een avond in de herberg de lakens wilde dichtvouwen, viel er een vleermuis uit. De herbergier spijkerde het dier tegen de poort. Twee dagen later zag men op een kast in de herberg een rij muizen lopen. Op een avond zat de herbergierster te breien. Op zeker ogenblik bukte ze zich om een gevallen bol garen op te rapen. Tot haar grote schrik had de vrouw geen garen, maar een vleermuis in haar handen.
Later werd er nog een vleermuis gevangen in de slaapkamer.
Toen men op een avond in de herberg de lakens wilde dichtvouwen, viel er een vleermuis uit. De herbergier spijkerde het dier tegen de poort. Twee dagen later zag men op een kast in de herberg een rij muizen lopen. Op een avond zat de herbergierster te breien. Op zeker ogenblik bukte ze zich om een gevallen bol garen op te rapen. Tot haar grote schrik had de vrouw geen garen, maar een vleermuis in haar handen.
Later werd er nog een vleermuis gevangen in de slaapkamer.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (poperinge)
2G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
