Hoofdtekst
Maar dat is nu al een jaar of 10 geleden. We kwamen ne keer, Zoë en ik, met den 9 ½ van den avond naar Zulzeke. We liepen langs een wegelingske; iet of wat voren ons, dat was altijd hetzelfde, ge zag niets, maar ge hoorde iets fluiten en dat sprong altijd iet of wat voor ons op. Aan de steenweg gekomen stond er daar enen een zeise aan ’t wetten. Dat dat daar altijd fluitte was verdwenen. Wat was dat nu?
Beschrijving
Twee vrouwen liepen omstreeks half tien ’s avonds naar Zulzeke. Onderweg hoorden de vrouwen een gefluit en zagen vóór zich een lichtje op en neer bewegen. Even later stelden de vrouwen vast dat het een man was, die zijn zeis aan het wetten was.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
27
Omstreeks 1954
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
Plaats van Handelen
Zulzeke   
