Hoofdtekst
Beschrijving
De pastoor werd vaak ontboden wanneer bij een familie iemand ziek was of het slachtoffer van toverij was geworden. De pastoor moest de mens of het dier dat door de kwade hand was geraakt, dan komen overlezen. Meestal was de schuldige een oude lelijke vrouw die alleen in een afgelegen huisje woonde en zich met de kwade hand bezighield.
Bron
R. Cambré, Leuven, 1966
Commentaar
antwerps (antwerpen en agglomeratie)
236
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wilrijk   
