Hoofdtekst
Beschrijving
Een meisje van twaalf of dertien jaar dat van iemand kersen had gekregen, at de vruchten op en werd ziek. Omdat de toestand van het meisje zienderogen verslechterde, ging men met haar naar de witte paters van Averbode. De paters zeiden dat het kind behekst was en dat men het om middernacht tegen de muur moest zetten met gespreide armen en met de voeten over elkaar, net zoals Onze Lieve Heer. Om middernacht moest het meisje drie onzevaders en drie weesgegroeten bidden. Toen men de raad van de paters opvolgde, moest men het meisje vasthouden, want ze kon niet blijven staan. Ze zweette ook erg en kende zelfs de woorden van het onzevader niet meer, waardoor men alles moest voorzeggen.
Bron
V. Verreycken, Leuven, 2002
Commentaar
brabants (tielt-winge en omgeving)
10E
Nicht van de moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Averbode   
Averbode (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Tielt-Winge   
Plaats van Handelen
Averbode   
