Hoofdtekst
In Stacegem woonde mijn meter. ‘k Ging daar vele over en ’t were. Mijn vader was van niets vervaard en ‘k ging er met hem eens naartoe. Rond een zeker huis – ’t is nu een werkhof – zagen we ’s avonds ’n luchtje, ’t sprong van den enen boom naar den anderen. We gingen er naartoe. Als ge er nen steen naar smeet ’t verschoof. Mijn vader en ik we gingen tot heel dichte. Al met ne keer mijn vader kreeg entwa en hij wist niet wat en ’t sleeg van langs om meer. We liepen naar mijn meter. ’s Anderendaags stond er een hand op de deure geplakt. ‘k Heb lange vervaard geweest. Twee dagen later was dat handprent weg. ‘k Was dan vijf, zes jaar, dat is zeventig jaar geleden.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Een jongen ging samen met zijn vader op bezoek bij zijn meter. 's Avonds zag het tweetal bij een huis een lichtje van de ene boom naar de andere springen. Als men een steen naar het lichtje gooide, dan schoof het opzij. Op zeker ogenblik voelde de vader zich niet goed. Daarop liep de zoon snel met zijn vader naar zijn meter. De volgende dag stelde men vast dat er een handafdruk was gebrand in de deur van het huis van de meter. Twee dagen later was die handafdruk verdwenen.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (zuiden)
26
1885
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zwevegem   
