Hoofdtekst
De mensen waren daar vroeger dikkers van gepijnigd. Maar al da’k vertelde dat zijn dingen die ‘k van mijn moeder gehoord heb. Da was lijk nen hond met ne keten da mama zei. Z’had familie in Kortemark en zij ging d’r ne keer naartoe met haar vader. En als ze naar huis kwamen, da was vroeger al te voete door veldwegen, zagen ze ne groten hond. Ze zeiden tegen mekaar: "Né, Nekkertje de waterduivel is daar!” "En gepijnd da’k ware” (bang), zei mama. Da kwam schone dichte achter mij.
Beschrijving
Een vrouw ging samen met haar vader op bezoek bij familie in Kortemark. Toen vader en dochter 's avonds door het veld terugkwamen, werden ze gevolgd door een grote hond. "Nekkertje de waterduivel is daar!" zei het tweetal bang.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (houtland)
17
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nekkertje (Ichtegem)   
Naam Locatie in Tekst
Ichtegem   
Plaats van Handelen
Kortemark   
