Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij in Heffen gebeurde het drie opeenvolgende jaren dat alle dieren in de stal stierven. In de buurt van die mensen woonden twee broers en een zus die niet getrouwd waren. Die mensen bezorgden de boer veel onheil. De melk die de boer van zijn koeien had, was vaak bedorven en men kon geen boter karnen. Men ging naar de paters van Benediktus in Dendermonde, waar men de raad kreeg om negen dagen te boeten en dan terug te komen. De geestelijken voorspelden dat de boerin alle boter die ze was kwijtgeraakt, zou terugkrijgen. Op haar weg naar huis kreeg de boerin een gebed, wijwater en gewijd zout mee. Wanneer de vrouw nog eens boter karnde, moest ze haar trouwring onder het botervat leggen en een gebed opzeggen. Die keer had de boerin ongelooflijk veel boter. Ze verdiende alle boter terug die haar eerder was afgenomen. Tegen de muren van de stal hoorde men altijd een geklop. Wanneer men opstond en ging kijken, hield het geklop op. Wanneer de mensen terug in hun bed lagen, begon het geklop opnieuw.
Bron
L. De Wit, Leuven, 1956
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (mechelen en omstreken)
291
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Benedictus (Dendermonde)   
Benedictus (paters van) (Dendermonde)   
Dendermonde (paters van)   
paters van Dendermonde   
Naam Locatie in Tekst
Heffen   
Plaats van Handelen
Dendermonde   
Heffen   
