Hoofdtekst
Te Ophasselt was ’t er ook enen die weerwolf spellegen en hij maaktegen de kinders schouw (bang) die van Waterlooze moesten komen hé en op ne keer, dat was misse in de kerke en Zakker was ook in de misse, en al buitengaan deed hij zijne sjipong (jas) uit en hij gaf hem daar aan enen. En hij gaf hij de weerwolf een ferme oustelinge (rammeling). De weerwolf had gedaan mee lopen!
Beschrijving
In Ophasselt woonde een man die zich als weerwolf verkleedde om de kinderen bang te maken. Toen de weerwolf een keer een afranseling had gekregen, vertoonde hij zich niet meer.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (denderstreek)
710
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schendelbeke   
Plaats van Handelen
Ophasselt   
