Hoofdtekst
O mijn vader ter zaligere, ot hij moeste leven hij zou meer of honderd jaar zijn nu. Ewel ot hij nog jonk ware en thuis ware, ze woondigen dare aan de Prume, en op ne zekre nacht wierd hij wakkre dat ’t zo geweldig waaidige en buistige. Hij trekt de venster open en kost z’haast nie meer toe krijgen en aan de andre kant en ’t waaidige daar niet. En op dat eerste hof waar da Wanne Verdonck woondige smeten ze almaar flassen (flessen) kapot, en ’t was op den ende dat er nen hoop moest liggen, dat er een hele kerre moeste zijn die gebroken moest liggen en onze gingen gaan kijken lagt er niets.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In een huis bij de Prume werden een man op een nacht wakker van het waaien van de wind. Toen de man het raam openmaakte, kreeg hij het bijna niet meer dicht omdat het zo erg waaide. In de verte hoorde de man flessen stukgooien. De man ging kijken, maar er was geen enkele glasscherf te bespeuren.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
241
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Prume   
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
