Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0189_0190_707 - Heks herkend aan verwonding

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

Drie jong' mannen gongen Meeuwen in, vrijen, en alle drie met een heks zonder dat ze het wisten. Den eerste vrijde vooraan op 't Gestel, den tweede wat hogerop en den derde nog wat verder. Als ze heivers gongen, gongen ze mekander uithalen. En de burgemeester en Pier K. gongen weg om den andere te halen, toen zei Pier K.: 'Hier is nog een schoon poezeke, dat komt u nog strelen.' In die tijd hadden ze nog allemaal 'ne mispele stok. 'Ik zal het wel eens tokken', zei de burgemeester. Hij gong de struiken in om een commissie te doen en terwijl hij daar zat, draaide dat poeske maar rond hem. Maar de burgemeester had de stok in zijn mond gepakt, dan kos hij er goed aan, en 'ne mens is gewijd, dat doet veel. Dat hadt ge ook met 'ne kogel, als ge die in de mond hadt gehad, dan was het altijd raak: anders schoot ge mis ofwel het geweer kapot. Dat ketje draaide nog maar altijd rond hem. Hij doet zijn broek toe, neemt de stok vast en zet hem daar een mot dat het rolde. Het ketje was weg. Toen gongen ze den derde uithalen. Ze zaten goed, toen komt de ouw daar binnengeschreeuwd en het bloed liep haar door neus en muil uit: 'Ik ben van de schelft gevallen.' 'Laat ons gaan', zegden de mannen, 'dat ziet er hier maar vies uit.' Die ander hadden ondertussen ook al wat ontdekt. Ze vertrokken en ze hebben gegangen van tien uren tot klaarlichten dag en altijd maar katten bij hen.

Onderwerp

SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.    SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.   

SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.    SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.   

Beschrijving

Drie jongemannen gingen in Meeuwen hun vriendinnen opzoeken. Ze wisten echter niet dat de drie meisjes heksen waren. Wanneer de jongemannen weer naar huis gingen, wachtten ze altijd op elkaar zodat ze samen konden vertrekken. Toen Pier K. en de burgemeester stonden te wachten, kwam er een katje aangelopen. De burgemeester ging even in de struiken een boodschap doen. Daarna gaf hij het katje een slag met een stok, zodat het gewond wegliep. Toen het tweetal de derde man ging ophalen, liep in dat huis plots een zwaargewonde vrouw naar binnen met de woorden: "Ik ben van de schelf gevallen!" De drie jongemannen gingen verschrikt naar huis. Ze waren onderweg van tien uur 's avonds tot de volgende ochtend. De hele tijd werden ze omringd door katten.

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
De informant merkte op dat een mens sterk staat tegenover een heksendier, omdat mensen door het doopsel gewijd zijn. Wanneer men een heksendier met een geweer wilde neerschieten, moest men daarom ook eerst de kogel in de mond nemen.

Naam Overig in Tekst

Pier K.    Pier K.   

Naam Locatie in Tekst

Beek    Beek   

Plaats van Handelen

Meeuwen    Meeuwen