Hoofdtekst
De auwelen die moeten hier in de bergen gezeten hebben. Die kwamen 's nachts altijd uit, maar die deden u niks. Dat waren heel klein mennekes.
Beschrijving
De alvermannetjes waren kleine dwergjes die zich verscholen in de heuvels van Gruitrode. 's Nachts kwamen ze tevoorschijn, maar ze deden nooit iemand kwaad.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gruitrode   
Plaats van Handelen
Gruitrode   
