Hoofdtekst
Wat ich u nu ga vertellen dat is heel echt gebeurd. De magister van Meeuwen zijn vrouw en zijn dochter dat waren ooch alletwee heksen. Maar de magister zelf die wist daar niks van. En al die zijn kolen die waren hem altijd afgevreten in zijnen hof en hij dacht natuurlijk dat dat nen haas was die dat deed. Hij was dat moe en hij ze geweer halen. Hij heel stillekes den hof in en hij zag den haas zitten. Hij mikt en hij wou schieten maar 't ging nie af. Maar dat was natuurlijk, dat was een heks die zich veranderd had in nen haas en die poeier die moest eerst op 'n altaar gelegen hebben, dan ging dat, dan ging 't geweer af. De magister die dacht: ich zal maar wachten tot morgen en zien dat ich gewijde poeier heb. 's Anderendaags, hij terug op loer en hij schoot en toen hij ging kieken lag daar zijn eigen vrommes. Hij had z'n eigen vrommes kapot geschoten. En dat zijn geen fabels, dat is echt gebeurd.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
SINSAG 0594 - Verwandlung von Hexentier in Frau erspäht.
  
Beschrijving
De vrouw en de dochter van de magister van Meeuwen waren heksen. Omdat de man geloofde dat de kolen in zijn tuin door een haas waren opgegeten, haalde hij zijn geweer en ging op wacht staan. Toen de magister naar een haas wilde schieten, werkte zijn geweer echter niet. Nadat de man zijn geweer met gewijd poeder had bestrooid, kon hij de haas wel raken. De man ging kijken en zag zijn eigen vrouw dood op de grond liggen.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
235
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
Plaats van Handelen
Meeuwen   
