Hoofdtekst
Beschrijving
In een huis in de Beertstraat gebeurden vreemde dingen. De stoelen en de tafels dansten er en de kinderen konden niet slapen omdat ze uit hun bed werden gegooid. In het huis liepen ook ratten en muizen rond. Iedere keer wanneer een buurvrouw was langsgekomen om iets te vragen of te lenen, gebeurden er vreemde dingen. Op zekere dag liet men de pastoor liet komen. Op de terugweg kwam de pastoor de buurvrouw tegen, tot wie hij sprak: "Het is beter dat je daar wegblijft; dan zal men niet meer zoveel over jou roddelen". Kort daarop is de pastoor ziek geworden. Men geloofde dat dat was gebeurd omdat hij de vrouw impliciet had beschuldigd van toverij.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (zuid-west)
6A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beert   
Plaats van Handelen
Beertstraat (Beert)   
