Hoofdtekst
't Was Koningendag, dan werd Koningen gehouden en een koning en een koningin gekozen. Dat was bij Hanskes en daar was geen brandewijn. 't Was al acht uur en dan is het pikdonker in Januari en de knecht wou niet meer naar 't dorp gaan, wan hij moest aan een plaats doorkomen waar het niet pluis was, zei hij. En toen zei de 'vatchie', die maar een vijftien jaar oud was: 'Ik heb geen schrik, geef me maar geld, ik zal wel gaan' en hij ging. Maar toen hij buiten was, dacht hij dat hij daar maar stond met zijn blote handen en dat het toch beter was de mesthaak mee te nemen, en hij 'fluitte' om geen schrik te hebben. Toen hij al een beetje weg was, zei de knecht: 'Die ga ik eens doen lopen als hij terugkomt' en hij trok een koevel aan en hij ging in een 'koet' van de haag zitten. En toen de 'vatchie' terugkwam, kroop hij op handen en voeten en maakte veel 'lawijt'. De jongen was verschrikt en hij kon niet meer weg en hij pakte de mesthaak en hij sloeg de andere morsdood. Toe liep hij wat hij kon en met zijn liter brandewijn kwam hij aan en daar vertelde hij dat hij de weerwolf dood 'gehood' had. Dat moet de knecht geweest zijn, zegden ze en toen gingen ze met lantaarnen kijken op die plaats. Daar vonden ze de knecht en toen wilden ze hem het vel uittrekken, maar ze trokken en trokken maar ze konden het koevel niet ervan af krijgen. 't Was geen echte mens meer en de 'vatchie' is ook niet gestraft geworden. Toen hebben ze daar een kruis gezet en daarom heet dit het Duivelskruis.
Onderwerp
SINSAG 00804   
Beschrijving
Op Koningendag had de familie H. geen brandewijn meer. De knecht durfde niet meer naar het dorp gaan, want het was al donker. De koejongen, een dappere kerel van vijtien jaar, bood aan om in zijn plaats te gaan. Voor alle zekerheid nam hij een mestvork mee. De knecht besloot de koejongen eens goed de stuipen op het lijf te jagen; hij trok een koevel aan en ging in een gat van de haag zitten. Toen de koejongen op de terugweg een angstaanjagend geluid hoorde, sloeg hij met de mestvork naar de haag waaruit het lawaai kwam. Hij sloeg de knecht morsdood. Thuisgekomen vertelde de koejongen dat hij een weerwolf had doodgeslagen. "Dat moet de knecht geweest zijn", zei de boer, en samen gingen ze met een lantaarn kijken. Ze probeerden het koevel van de dode knecht uit te trekken, maar dat lukte niet: hij was geen echte mens meer. De koejongen werd dan ook niet gestraft. Op de plaats waar de knecht is gestorven, heeft men een groot kruis gezet, dat het Duivelskruis wordt genoemd.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.6 Weerwolven
zuid-limburgs
fabulaat
Cfr. J. Timmermans, Legende van 't Duivelskruis te Vrijhern, in: Limburg, XVI, 1934-1935
De informant legde uit dat op Koningendag een koning en een koningin werden gekozen.
De informant legde uit dat op Koningendag een koning en een koningin werden gekozen.
Naam Overig in Tekst
Koningendag   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Huibrechts-Hern   
