Hoofdtekst
In Prospeer Polder was da, doar wier de meid ’s nachts altij aangedaon en die riep dan, moar d’ander zage niets en dan hebben ze heel ’t huis onder ’t hout gelegd en aan de deur een heiligdommeke gehangen, zodattij nie buiten kost en dan gooide ze mee die schijven hout noar de kop van die geest moar e wierp er meer terug as dasse koste gooien.
Beschrijving
Op een boerderij werd de meid ’s nachts altijd door een spook geplaagd. De mensen legden overal hout in het huis en hingen een heiligdom aan de deur, waardoor het spook niet naar buiten kon. Wanneer het zover was, gooiden de mensen stukken hout naar het spook. Het spook gooide de houtblokken echter sneller terug dan men ze kon gooien.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (noordelijk waasland)
101
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kallo   
