Hoofdtekst
Mijn vaders broere, Narden Oom, wos soldaat. En je kwam nor huus in congé. ’t Stoend dor èn hofsteê up de Pierkeshoek in Klerken en ’t viel dor etwot in e pit mor je sloeg hij dor geen acht up en je ging voort. En ’t viel toen dor etwot van de vumme. Eer datten nor huus voortging, enne zag dor èn hoend, de grotte van e kolf. Dat wos ol de waterduvel. En hadde de deure niet opengestoon, enne liep z’in.
Beschrijving
Een soldaat die tijdens zijn verlof naar huis kwam, zag bij een boerderij op de Pierkeshoek in Klerken iets in een put vallen. De man besteedde er echter geen aandacht aan en ging voort. Wat verderop zag hij iets van een houtmijt vallen. Daarna zag hij tot zijn grote schrik een hond die zo groot was als een kalf. Dat was de waterduivel. Als men de deur van zijn huis niet had geopend, zou de man er doorheen zijn gelopen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (vrijbos)
158D
Oom van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Narden   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Klerken   
Pierkeshoek (Klerken)   
