Hoofdtekst
Hie die baan langs, do ware twee varkes en da’s nog nie lang gebeurd. Do bracht een vremmes brood en die verkes dede niks as grolle en niks ete he. Ze ginge weg veur heiligdom veur de deur te steke wo ze altij langs kwam. En ze kost nie binne en ze zei - weete wa ze zei? "ik zal da brood hie ma henne legge".
Beschrijving
In Kwaadmechelen woonde een boer wiens varkens altijd brood kregen van een vrouw die voorbijwandelde. Omdat de varkens niets wilden eten, ging de boer heiligdom halen om onder de deur te steken. Toen de vrouw daarna nog eens langskwam, kon ze niet binnen en zei: "Ik zal dat brood hier maar neerleggen".
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
527
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kwaadmechelen   
Plaats van Handelen
Kwaadmechelen   
