Hoofdtekst
‘k Kenne nog een van paster Verriest. ‘k Heb ‘k ik naar de leerlinge (= lering) van paster Verriest geweest als ge ’t al wilt weten. ‘k Weet niet hoelange dat geduurd heeft, dat wete ‘k zo zeker niet, maar ’t was ook op ’n boerderie. En ze zaten ’s winters ’s navonds rond de stove.En van de zolder waarvan de trap in die keuken kwam - in den ouden tijd was dat zo hé - kwamen er zware stappen, de deure van van [sic] de zolder ging open en die zware stappen kwamen den trap nere. En ze zeien: "Hij is daar were!" Ze waren dat zo geweune dat ze der niet in verschoten. En echt waar was het, dat ze de schauwe van dezen persoon, - lijk bijvoorbeeld dat den trap daar was - dat ze de schauwe op dien muur zagen. En hij verdween in de kamer.En dat is vele dagen gebeurd. En dat was één van de familie die daar were kwam. En paster Verriest heeft toen ’n paar messen voor hem gedaan en ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Enkele mensen zaten 's winters bij de kachel in de keuken van een boerderij. Plots hoorde men de deur van de zolder opengaan en vervolgens hoorde men zware voetstappen op de trap. Dat was al meermaals gebeurd. Men zag dan ook de schaduw van de geest op de muur. Nadat een pater enkele missen voor de dode had gedaan, verscheen die niet meer.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
233
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Anzegem   
