Hoofdtekst
Mijn vader, hij moeste gaan werken, een ure verre en hij moeste passeren langs een reke bomen en ze zaten al vol kats. En an de brugge ’t lag daar een grote zwarten hond met zijn muile tegen zijn poten en mijn vader zei: “Zijt ge daar weer, en moet ge mee”? En hij sprong op mijn vaders schoere en als hij werekeerde, hij was daar were en mijn vader droeg hem were. ’t Was daar ook een vlaskoper en dien vent als’n aan dat brugske kwam, dien hond springt op zijn rug en dien man schudde hem af, hij wiste van niet, en als hij thuiskwam, hij lei hem op zijn bedde en in acht dagen hij was dood.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Een man kwam op de weg naar zijn werk bij een brug altijd een grote zwarte hond tegen, die zich liet dragen. Ook op de weg naar huis moest de man die hond dragen.
Op een dag werd een vlashandelaar besprongen door die zwarte hond. De verkoper schudde de hond van zich af en ging snel naar zijn huis, waar hij op zijn bed ging liggen. Acht dagen later was de vlashandelaar dood.
Op een dag werd een vlashandelaar besprongen door die zwarte hond. De verkoper schudde de hond van zich af en ging snel naar zijn huis, waar hij op zijn bed ging liggen. Acht dagen later was de vlashandelaar dood.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (franse grens)
486
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
