Hoofdtekst
In de 'wenning (= hoeve) van Tits' vroeger, doa aan de hoek, tegenover de school bekans, zje weet wel, doa was de maar altijd in de stal. Doa ging zo e wit schaap door de stal. Het vloog aan d'een deur in en aan d'ander uit, zo hoog van de grond af! Oh, dat heb ich o(n)s ma dek (= dikwijls) horen vertellen... En dat dan 's moreges de manen van de pjaad heel gevlochten waren, dat ze ene ha(l)ve dag nodig hadden voor ze los te krijgen! Mè zeg, wa gebeurde doa vroeger allemaal nie!
Beschrijving
In de hoeve van Tits had men veel last van de maar. Vaak zag men een wit schaap door de stal zweven. 's Ochtends waren de manen van de paarden gevlochten zodat men wel een halve dag nodig had om ze weer los te maken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
247
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tits   
Naam Locatie in Tekst
Neerrepen   
