Hoofdtekst
Iemant in de Delfse schuyt lang en serieux met een papist gedisputeert hebbende, seyde op het lest: ' Wat meug je uw religie al voorstaen, heb je van je leven absurder gehoort als dat wij maer twee vaders (namentlijck G[od] en onse natuerlijcke vader) en de catholycken vier vaders hebben!' R. ' Dat sult gij in eeuwigheyt niet bewijsen.' R. 'Is G[od] uw vader niet?' R. 'Ja.' R. ' Uw natuerlijcke vader, is dat niet de tweede?' R. 'Ja.' R. ' De paus is dat niet de derde?' R. 'Jawel, waer blijft nu de vierde?' R. ' De heylige kerck.' R. 'Nu hoor ick wel dat j'er niet veel van en weet, want dat is onse moeder en niet onse vader.' R. 'Wel, de leydecker dan die er op klimt.'
Beschrijving
Een rooms-katholiek en een protestant praten over de verschillen tussen hun religies. De protestant vraagt zich af hoe het kan dat rooms-katholieken vier vaders hebben. De rooms-katholiek ontkent dat hij vier vaders heeft; de kerk is immers een moeder, geen vader. De protestant antwoordt dat de vierde vader van een rooms-katholiek dan de dakbedekker moet zijn die op de kerk klimt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Delft   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
