Hoofdtekst
mene pâ kam ’s nachs es thâs; en dô zat een kat te kêke; en hem wilde ze verjôge; en hem goeide op de kat; en dô kôme wel 40 katten af; en di volgden hem tot thâs; en da was e gekêk.
Beschrijving
Een man die 's nachts naar huis wandelde, gooide iets naar een miauwende kat. Het volgende ogenblik verschenen er wel veertig katten, die de man volgden tot aan zijn huis.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
149
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
