Hoofdtekst
‘k Zag ‘ne keer ‘ne mens subiet sterven voor de veister, ‘ne mens die naar de markt kwam om boter. Hij had zijn mande mee, en die mande vloog ’n ende weg.En op dezelfsten dag was ‘k bij de vrouwe van de sjampetter. En ze hadden die mande in de kelder gezet. En ik, zonder iets te peinzen, ‘k ga naar de kelder en ‘k zie die mande staan, en ‘k vluchte weg, want die man stond daar ook.En dat waren de uitstralingen van de man die nog bij die mande waren: ze blijven bij dta wat bij die man tegenwoordig geweest was.Ja ja, in de nature gaat er niets verloren!
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een vrouw zag door het raam een man die met een mand naar de markt ging om boter te maken. Opeens viel de man dood, waardoor de mand een eindje wegvloog. Toen de vrouw een tijdje later bij de echtgenote van de overleden man was, ging ze naar de kelder, waar die mand stond. De vrouw ging snel terug naar boven, want ze had de geest van de overleden man bij de mand zien staan. Een voorwerp dat iemand bij zich had wanneer hij stierf, bleef ook na de dood nog bij de geest van die persoon.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
264
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
