Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MNIJS0103_0103_19079

Een sage (mondeling), 1969

Hoofdtekst

E vromens die oltend de zoaterdagavend loate no de biechte goenk. De deken wierd da moe, datten oltend zo lange moeste bluven zitten, voer heur ee. En zegten, nu, je naamde heur: "Je zoe beter e bitje vroeger kommen", zegten, "van zukke vromvolk meug zo late ip strate nie zien." – " ‘kZien van nietent benauwd, meneer den deken", zeg ze. En u (toen) ze nor huus gienk, ’t liep e pèèrd achter heur. En ze draaide oltend mor roend dien boom, van benauwdheid, en da pèèrd assan (de hele tijd) mee, toet an Gilbert Nassen’s. En u ze dor an den bos kwaamt, ’t was gedoan; ’t pèèrd keerde were.Da was misschien den deken ook. ‘k Zeggen dan z’ook etwe kosten.

Onderwerp

SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.    SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   

Beschrijving

De deken vond het vervelend dat een bepaalde vrouw op zaterdagavond altijd kwam biechten. Op een dag sprak de deken tot de vrouw: "Je zou beter wat vroeger komen. Vrouwen moeten 's avonds laat toch niet meer door de straten lopen". Daarop antwoordde de vrouw: "Ik ben nergens bang voor, meneer de deken". Toen de vrouw naar huis ging, liep er een paard achter haar aan. De vrouw liep uit angst rond een boom, maar het paard volgde haar de hele tijd. Bij het verlaten van het bos zag de vrouw dat het paard was verdwenen. Misschien was dat paard wel de deken geweest!

Bron

M.-R. Nijsters, Leuven, 1969

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (nw van houtland)
37.15
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Gistel    Gistel