Hoofdtekst
Beschrijving
Een man ging op een zondagavond bij de pomp in de Bosstraat water halen omdat zijn vrouw ziek was. Een man die terugkwam van Halle, en die misschien dronken was, liep met een rammelende waterkruik naar huis. De andere man hoorde dat gerammel en vluchtte snel naar de herberg omdat hij ervan overtuigd was dat Kludde met zijn keet achter hem aan zat.
Kludde met zijn keet was iemand die 's avonds in het donker op rooftocht ging. Mensen vielen vaak over een draad die Kludde over de weg had gespannen. Wanneer de mensen dan op de grond lagen, werden ze van hun geld beroofd. De mensen durfden niets over Kludde aan de politie vertellen, want als ze dat deden, dan zou Kludde terugkomen.
Mensen die een losgebroken hond met een ketting hoorden rammelen, dachten ook vaak dat Kludde achter hen aan zat.
Als men Kludde in het midden van de weg zag liggen, dan moest men zeggen: "Halve baan". Kludde schoof dan op om de voorbijganger door te laten.
Kludde met zijn keet was iemand die 's avonds in het donker op rooftocht ging. Mensen vielen vaak over een draad die Kludde over de weg had gespannen. Wanneer de mensen dan op de grond lagen, werden ze van hun geld beroofd. De mensen durfden niets over Kludde aan de politie vertellen, want als ze dat deden, dan zou Kludde terugkomen.
Mensen die een losgebroken hond met een ketting hoorden rammelen, dachten ook vaak dat Kludde achter hen aan zat.
Als men Kludde in het midden van de weg zag liggen, dan moest men zeggen: "Halve baan". Kludde schoof dan op om de voorbijganger door te laten.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (zuid-west)
146A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kludde met zijn keet   
Naam Locatie in Tekst
Buizingen   
Plaats van Handelen
Bosstraat (Buizingen)   
