Hoofdtekst
33.10 En toen onze pa, die vrijde met ons ma, en hij wachtte op de Graaf (de Romeinse omwalling rond de stad). En ineens kwam zo iets op hem af en hij dacht dat het een grote hond was. En hoe meer dat hij korter bijkwam, hoe meer dat die ogen op hem afkwamen. Toen dacht hij: "Da’s de duvel of dat is een spook of wat is dat?" En hij stilletjes bij, en op de lange laatste was het een kat (lacht).
Beschrijving
Een man stond op de Graaf te wachten op zijn vriendin, toen hij plots een vreemde hond op zich zag afkomen. Aanvankelijk dacht de man dat het de duivel of een spook was, maar later bleek het een kat te zijn.
Bron
E. Meeus, Leuven, 1985
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (tongeren)
33.10
Vader van de informant
fabulaat
De Graaf is een Romeinse stadswal.
Naam Overig in Tekst
Graaf (Tongeren)   
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Graaf (Tongeren)   

