Hoofdtekst
’t Wunde daar een boer X, en te L. z’hadden ongehoord vele ratten, de zakken waren opgegeten, ’t was ongehoord en X kam binnen en hij hadde in kweste gekommen dien dag met een boer van Bergen en boer X zegt egen Aimé, - hij kloeg dat’n zovele ratten hadde, - “dat is nietend”, zegt’n “dat je ratten hebt, ‘k gaan ze verzenden, maar je moet negen dagen lang een onze vader lezen”.En Aimé, hij dei dat niet, maar achter negen dagen zijn ratten waren weg en boer X komt achter negen dagen weere en zegt’n: “Aimé, je’n hebt gij niet gelezen”? - “Neen’k”, zegt Aimé, “maar mijn ratten zijn weg”. En boer X zag er lijk zo moe en triestig uit. “Ja”, zegt’n, “’k heb het ik al voor mij allene gehad”!
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Een boer die te kampen had met een rattenplaag, kreeg hulp van een tovenaar, die zei: "Je moet negen dagen lang een Onzevader bidden". Hoewel de boer dat niet deed, waren de ratten negen dagen later weg. Toen de tovenaar weer op bezoek kwam, sprak hij tot de boer: "Wel, waarom heb jij niet gebeden?" De tovenaar had al het werk alleen moeten doen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
356
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Onzevader   
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
