Hoofdtekst
X: Heb je nog gehoord van heksen die macht hadden op kleine jongens?A: Ja, als er daar entwaar een oud wijveke was en ’t had entwaar een ment gegeven aan een kind en ’t was ziek, ’t was betoverd, ’t was een toveres, zeien ze. ’t Was betoverd, ’t was een toveres. En ja, de mensen zijn al niet schoon als ze oud zijn, ik ben ook lelijk, ‘k ben ook oud. Maar overtijd, de mensen deden dat. Ze gaven een mentje en ze koutten een keer tegen de jongens. En als ’t ziek was, oh, "’t Is betoverd.’t Is een toveres, ze heeft een ment gegeven", zeien ze. En ze waren bezien daarvoor.X: Maar dat is lang geleden né.
Beschrijving
Als een kind ziek werd nadat het een muntje van een oude vrouw had gekregen, geloofde men al gauw dat die oude vrouw een toveres was.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
2a
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
